Langer leve onze sneaker! Vóór, tijdens en na gebruik
Langer leve
onze sneaker!
Vóór, tijdens en
na gebruik

Sneakers zijn vandaag veel meer dan schoenen. Ze zijn statussymbolen, hype-objecten en een motor van een razendsnelle consumptiecultuur. Maar die snelheid heeft een prijs: wereldwijd belanden elk jaar zo’n 22 miljard paar schoenen op de afvalberg. Daarom ontwikkelen en testen onderzoekers en ontwerpers van KU Leuven, LUCA School of Arts, Omvorm en Flanders District of Creativity circulaire strategieën op maat van de schoenensector.
25 maart 2026
5 minuten leestijd
In het VLAIO Living Lab Circulaire Economie Recare about Shoes onderzochten ze twee jaar lang hoe we het lineaire take-make-waste-model kunnen ombuigen naar een circulair systeem waarin onderhoud, herstel en hergebruik centraal staan. Samen met partners zoals Torfs, Mister Minit, Cycleur de Luxe en Ambiorix brachten ze design, economie en industrie rond één tafel.
De kernvraag: hoe doorbreek je een systeem dat niet duurzaam is, maar wel heel winstgevend? Het antwoord ligt in een combinatie van systeemverandering en gedragsverandering. Want pas wanneer mensen een andere relatie aangaan met hun schoenen, ontstaat er ruimte voor nieuwe en circulaire businessmodellen. Geen kleine uitdaging, maar de impact kan groot zijn. Als we schoenen gemiddeld drie maanden langer dragen dankzij beter onderhoud en herstel, besparen we wereldwijd jaarlijks 27 miljoen ton CO₂. Dat komt overeen met de uitstoot van zes miljoen auto’s.

Circulaire impact op drie momenten
Wie de levensduur van schoenen wil verlengen, moet ingrijpen op verschillende momenten in hun levenscyclus. Vóór, tijdens en na gebruik.
Voor gebruik: design bepaalt alles
Tot 80% van de milieu-impact van een product wordt bepaald in de ontwerpfase. Materiaalkeuzes en productietechnieken bepalen hoe lang een schoen meegaat en hoe makkelijk die te herstellen is. Klassieke lederen herenschoenen, zoals die van Ambiorix, zijn daar een goed voorbeeld van. Leer veroudert mooi, kan onderhouden worden en laat zich herstellen door schoenmakers zoals Mister Minit.
Bij sneakers ligt dat anders. Ze bestaan vaak uit een complexe mix van kunststoffen en texturen, zoals gaas, die moeilijk schoon te maken en lastig te herstellen zijn en daardoor snel afgeschreven worden. Het resultaat is dat ze meestal rechtstreeks verdwijnen richting de afvalberg. Daarom ontwikkelde Patrick Vanneste van Cycleur de Luxe een alternatief: een modulaire sneaker in leder.
ReCare about Shoes vertrok vanuit de vaststelling dat in de B2B, in sectoren zoals vb. horeca, verkoop,... een groot deel van de werkkledij en -schoenen vooral van de vele tijdelijke werknemers zoals interimwerkers, jobstudenten en flexi-jobbers, slechts een beperkt aantal keren gebruikt worden. We zochten hiervoor een oplossing via het shoes-into-shoes-concept: een uitneembare binnenschoen met een buitenschoen. “De schoen is zo ontworpen dat beide onderdelen reinigbaar zijn: de binnenschoen na elk gebruik, de buitenschoen wanneer nodig. Ookzijn de schoenen gemakkelijk te herstellen en ontworpen met ecologische materialen die vervangbaar en recycleerbaar zijn. Hierdoor gaat de schoen veel langer mee, zonder verlies van
waarde”, legt Patrick Vanneste van Cycleur de Luxe uit.
Het concept leent zich perfect voor leasing-modellen, vandaag nog grotendeels onontgonnen terrein. Nochtans is het potentieel groot, zeker in sectoren waar de kost van telkens nieuwe schoenen hoog oploopt. Tegen 2027 wil Cycleur de Luxe deze oplossing opschalen.
Tijdens gebruik: emotie stuurt gedrag.
Mensen gooien zelden schoenen weg omdat ze volledig versleten zijn. Veel vaker speelt emotie een grotere rol. Schoenen zijn symbolen van persoonlijke identiteit. De mode-industrie weet dat als geen ander en speelt hier sterk op in. Volgens psycholoog en econoom Daniel Kahneman is zelfs 95% van onze dagelijkse beslissingen emotioneel gestuurd, en slechts 5% rationeel. Wie duurzaam gedrag wil stimuleren, moet dus vertrekken vanuit die emotie.
Vanuit dat inzicht ontstond het Recare Café. Een mobiele workshop en interviewformat, ontwikkeld door Omvorm, LUCA School of Arts en KU Leuven. Deelnemers gingen zelf aan de slag met onderhouds- en herstelproducten, terwijl ze tegelijk in gesprek gingen over hun eigen onderhoudsgedrag. Tijdens het Wonder Festival in Kortrijk en in Torfs-winkels werden 46 interviews afgenomen. Tijd en geld kwamen, weinig verrassend, naar voren als grootste drempels om sneakers te onderhouden en te herstellen. Maar het waren vooral de onderliggende motivaties die nieuwe inzichten opleverden. Zo vertelde een moeder van twee jonge kinderen dat zorg dragen voor spullen een waarde is die ze wil doorgeven. Alleen ontbreken vaak tijd en ruimte. Het workshop-format sprak haar net daarom aan. Het werd een gezinsactiviteit, niet vanwege het poetsresultaat, maar vanwege de persoonlijke waarde die ze aan haar kinderen kon meegeven.
Precies daar ligt de sleutel. Door onderhoud en herstel te koppelen aan betekenisvolle ervaringen, ontstaat er ruimte voor gedragsverandering. Voor retailers opent dat nieuwe perspectieven: winkels kunnen evolueren van verkooppunten naar plekken waar klanten tijd en ruimte krijgen om zorg te dragen voor hun producten. Omvorm en Torfs werken momenteel samen aan een spin-off rond onderhouds- en herstelproducten die uit het Living Lab voortkwamen.

Na gebruik: het potentieel van tweedehands
Ook na gebruik liggen er kansen. KU Leuven onderzocht via focusgroepen het potentieel van een tweedehandsmarkt voor schoenen. Hygiëne en prijs bleken de belangrijkste drempels, weinig verrassend.
Toch groeit de interesse in tweedehands, zeker door de opmars van tweedehandskleding. Daarom werden experimenten opgezet met sociale economie partners zoals Gered VZW en Groep Intro. Zij zamelen schoenen in, reinigen en herstellen ze, en brengen ze opnieuw op de markt. Tweedehands schoenen kunnen op zich rendabel zijn, maar liggen moeilijker in de markt dan kleding door drempels rond hygiëne en pasvorm, wat de prijsbereidheid bij consumenten duidelijk verlaagt.
Binnen een klassiek economisch model is het niet evident om dit rendabel te maken, zeker niet in het geval van refurbished schoenen. Maar als dit soort initiatieven als circulaire dienstverlening gekoppeld worden aan reguliere bedrijven, krijgen ze wél kansen. Zo kunnen ze een plek krijgen binnen de bredere economie. Bedrijven zoals CWS (een grote producent van workwear, red.)tonen bovendien dat opschaling binnen specifieke sectoren mogelijk is.
Conclusie: een systeem in beweging.
De transitie naar een circulaire schoenensector vraagt een holistische aanpak. Het is geen kwestie van één ingreep, maar van samenwerking over de hele keten heen. Vóór, tijdens en na gebruik. Dat vraagt om co-creatie. En daarin speelt design een sleutelrol.
Binnen dit project is design meer dan vormgeving. Het is ook een proces: een manier om mensen samen te brengen, gesprekken te faciliteren en nieuwe toekomstbeelden tastbaar te maken. In workshops, scenografie en grafische formats wordt design een ‘conversation piece’ – een uitnodiging tot dialoog tussen ontwerpers, bedrijven, gebruikers, beleidsmakers en economen. Een dialoog waarin een toekomst wordt uitgedacht waarin zorg dragen voor voor schoenen opnieuw een volwaardige plaats inneemt in onze samenleving.









